D66 en GroenLinks bezoeken Joods Zorgcircuit instellingen
Op vrijdag 27 januari brachten de 2de Kamerleden Pia Dijkstra (D66) en Linda Voortman
(GroenLinks) een bezoek aan het Joods Zorgcircuit. Tijdens de bezoeken aan twee van de Partnerinstellingen 'Joods Hospice Imannuel en Beth Shalom' kwamen alle aspecten van Joodse Zorg naar voren.
Na de ontvangst met koffie in het Joods Hospice werd gestart met een presentatie over het samenwerkingsverband, werd ingezoomd op het werk van de 8 partnerinstellingen en kwam uitvoerig het identiteitsgebonden aspect van Joodse Zorg ter sprake.
De demografie van Joods Nederland leidt bij vrijwel elk van de bezoeken tot verbazing. Het feit dat Nederland slechts 52.000 inwoners telt met een Joodse achtergrond, terwijl de beleving bij de bezoekers is dat de groep wel meer dan 300.000 moet tellen is altijd een interessante 'Eye opener'. Ook het feit dat een zeer groot percentage van de doelgroep nog dagelijks de consequenties ondervindt van de Sjoa, hetgeen zich vertaalt in bijvoorbeeld een extreem hoog verhoudingsgewijs gebruik van de de hulpverlening verrast de bezoekers. Dat nog in leven zijnde Sjoa slachtoffers dagelijks gebukt gaan onder verschrikkingen van de Holocaust is begrijpelijk, maar dat ook de tweede en derde generatie nog dagelijks effecten ondervinden van de Sjoa is minder bekend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het gevoel van veiligheid en geborgenheid een groot goed is bij de dienstverlening. Dit en andere kenmerken vereisen van de Joods Zorgcircuit partners dat adequaat wordt ingegaan op de zorgbehoeften en vragen van de doelgroep. Zonder goed geschoold personeel is dat een onmogelijkheid en juist ook om die reden wordt bij elk van de partners veel aandacht besteed aan het specifiek Joodse karakter van de zorgverlening. Veel van deze specifieke kennis is ook voor andere minderheidsgroepen in de samenleving interessant. Door de klant op de juiste manier te benaderen en in z'n eigen cultuur op te vangen en aan te spreken wordt de effectiviteit van de zorg vergroot. Religie speelt slechts een zeer bescheiden rol bij dit alles, ook omdat het overgrote deel van de doelgroep traditioneel gebonden is en weinig aandacht besteedt aan religieuze aspecten. Maar Joodse Zorg bieden zonder daarbij rekening te houden met aspecten als kosjer eten, het kunnen vieren van Joodse feestdagen en veiligheid zou Joodse Zorg van z'n voornaamste elementen ontdoen. Joodse Zorg kent kostencomponenten die seculiere zorg niet kent, maar blijkt naast kwaliteit van de zorg dus voor een zeer groot deel van de doelgroep elementair te zijn. Niet verwonderlijk dat alleen al bij een instelling als JMW jaarlijks bijna 10% van de doelgroep aanklopt voor hulp, of andere sociaal- culturele aspecten. Kwalitatief goede zorg en identiteitsgerichte zorg gaan in de praktijk dus prima samen.
De partners realiseren zich echter dat de oorlog een aspect is dat geen tientallen jaren meer de zorgvraag zal bepalen. Openstelling van het aanbod voor niet Joodse Nederlanders is ook om die reden een logische stap. Wat blijft staan is de vraag hoe het Joods Zorgcircuit haar kennis kan delen en beschikbaar stellen voor andere identiteitsgebonden groepen in de samenleving. Dat kennis van en ervaring met te realiseren efficiencyvoordelen, kennisuitwisseling, schaalgroottevoordelen samen kunnen gaan met identiteitsgebonden zorg zou ook andere groepen in de samenleving kunnen helpen.